Historie van het kerkhof

In het voorjaar van 785 verbood de toenmalige vorst Karel de Grote (742-814) Koning der Franken , Keizer van het heilige Roomse Rijk (800-814) het verbranden van de doden. Het verbranden van de doden vormde een wezenlijk onderdeel van de Griekse, Romeinse en Germaanse samenlevingen. Eerst begroeven de mensen nog buiten de nederzettingen. Maar langzamerhand werd , mede vanwege het christendom, de voorkeur gegeven aan het begraven rond of in de kerk.

Een aanwijzing over de ouderdom van de eerste kerk in het centrum van Voorschoten wordt geleverd door scherven van gebruiksaardewerk die in 1961 bij archeologisch onderzoek onder de Dorpskerk zijn gevonden. Deze scherven waren afkomstig uit de regeringsperiode van keizer Karel de Grote en de keizers Otto I , II en III, dus globaal tussen de jaren 800 – 1000. In die periode stonden er dus waarschijnlijk nog huizen op de plaats van de kerk zodat de kerk pas na afbraak van deze huizen gebouwd kan zijn. Een datering van de bouw van de eerste Romaanse kerk in de laatste decennia van de tiende of eerste decennia van de elfde eeuw lijkt daardoor aannemelijk. Zo ook dat men begon met het begraven rond de kerk. Vanaf de 14e eeuw ook in de kerk.

1961, met oude fundamenten van de Romaanse kerk.

Uit de archieven blijkt dat men in 1655 met een “Keure en Ordonnantie by syn wel Edelheyt Heer Arent van Wassenaer, Heere van Duivenvoirde “ in “Den rechtenhuysen van Voorschoten” (het Ambachtshuis) de eigendomsrechten van graven rond de kerk moest laten registreren. Zo weten we dat er 160 grafnummers waren rond de kerk. In 1736 werd men weer opgeroepen met “Keure en Ordonnantie met klokkegeslag en aanplakken van Biljetten” de eigendomsrechten van de graven in de kerk te laten registreren. Dat leverde op dat er vanaf 1666 in de kerk 178 grafnummers waren. De registratie van personen die begraven werden, in het Begraven en Rekeningenboek voor 1700 is: lijk van Stompwijk, kind van Voorschoten, lijk van Veur enz., zonder namen. Vanaf 1700 werden er voor het eerst de namen van personen vermeld in het Begraven en Rekeningenboek,

Ca 1739 A. Fock. Kerk vanuit het zuiden

Algemene begraafplaats.

Katholieken werden nog lange tijd, na de reformatie (1517-1648), te ruste gelegd in en om de door protestanten overgenomen kerk. Zo waren er priestergraven (nrs. 109, 124, 141) in de Dorpskerk. Graf nr 124 werd gekocht door Simona Maria van Muijlwijck in 1726. Geschonken in 1731 aan “De Pastorie van de Rooms Catholique  gemeente binnen de Vrije Heerlijkheid van Voorschoten ten dienste en gebruik van De Heeren Pastoren”, om te beginnen “voor mijn overleden Hr Broeder Gerard van Muijlwijck Zaliger in zijn leven Pastor alhier”. Het graf heeft als zodanig dienst gedaan van 1731 tot 1818.

Uit het Begraven en Rekeningenboek

Het Begraven en Rekeningenboek vermeld dat bijvoorbeeld, Pastoor Paulus van der Burg, pastoor in Voorschoten van 1774-1805, in de Dorpskerk is begraven op 27-11-1805.

Schematisch kaart van graven in en rond de kerk. ±1810 Het koor loopt tot aan de huidige ceders. (De uitvoering in blauw is van 1822, gemaakt door De Bie)

In 1828 moet bij wet het kerkhof verplaatst worden naar de rand van het dorp! Burgemeester en Assessoren (wethouders), de Gemeente Commissie van het Hervormd Kerkgenootschap van Voorschoten en Veur (Kerkmeesteren)  en de Heer van Duivenvoorde zetten zich in voor het behoud van het kerkhof. Gedeputeerden van de Provinciale Staten gaan na visitatie akkoord met het plaatselijke kerkhof maar onder voorwaarden: het moet een burgerlijk kerkhof worden. De begraafplaats blijft eigendom van de kerk, die mag niet overgedragen worden. Het begraven van de lijken wordt aan de burgerlijke Gemeente overgedragen tegen een vergoeding van 20 gulden per jaar.

Vanaf 1-1-1829 werd er niet meer in de kerk begraven na uitwerking van een Koninklijk Besluit van Koning Willem I dd. 24 mei 1825. Omdat er niet meer in de kerk begraven mag worden werd de schadevergoeding bepaald op 24 gulden, jaarlijks af te dragen door de gemeente Voorschoten.

Met een overeenkomst in 1832 wordt 2/3 van het burgerlijk kerkhof weer terug gegeven aan het Hervormd Kerkgenootschap. In de overeenkomst van 1846 gaat de rest van het burgerlijk kerkhof naar het Hervormd Kerkgenootschap.

De Engels gotische kerk die er nu staat is gebouwd in 1868.

Herinrichting 1931

In de overeenkomst van 1931 betreffende de herinrichting van het kerkhof staat onder anderen het volgende: De ondertekenaars verklaren : “dat alle inwoners dezer gemeente en andere in deze gemeente overleden personen  op die begraafplaats , zoolang zij als zoodanig dienst doet, desverlangd worden begraven onder dezelfde voorwaarden, waaronder begrepen tarieven, welke gelden of zullen gelden voor de leden ven de Nederduitsch-Hervormde Gemeente.” Iedereen moest begraven kunnen worden op het kerkhof.

Het kerkhof heeft als algemene begraafplaats vele honderden jaren dienst gedaan tot 1963. Het aantal inwoners van Voorschoten groeide snel en in tien jaar tijd waren er geen zandgraven meer beschikbaar. De zandgraven lopen vanaf 1945 tot 1963. Wat er daarvoor lag is geruimd.

In 1959 werd begonnen met de aanleg van de begraafplaats Rozenburgh, aan de rand van het dorp, en in 1963 werden daar de eerste personen ter aarde besteld. In 1971 heeft de Kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente van Voorschoten en Veur besloten: “de algemene graven op het kerkhof zijn, voor zover er nog plaats is, alleen beschikbaar voor die personen, waarvan de echtgenoot of echtgenote al in een algemeen graf op het kerkhof begraven is”.  En: “in de gemetselde eigen graven wordt er alleen bijgezet als er nog plaats is. Er worden een graven meer geruimd”.

Er liggen 385 personen in de zandgraven en 412 personen in de gemetselde keldergraven. In de grafkelder van Duivenvoorde liggen 7 personen en er staat een grote knekelkist. (2020)


  1. Meer informatie over de Dorpskerk en het kerkhof is te vinden in het boek: “Duizend jaar Dorpskerk Voorschoten” ISBN 978-90-71256-85-1
  2. Dagregisters vanaf 1836 zijn te raadplegen op: www. dorpskerkvoorschoten.nl – kerkhof. Hierin kunt u zien wie er allemaal begraven zijn op het kerkhof.